Inspiratieonderwijs versus geloofsonderwijs

15 november 2009 21:49

Na het lezen van de polemieken in Tertio en De Morgen over de toekomst van het katholiek onderwijs, is een synthese wel op zijn plaats.

In zijn artikel in De Morgen, dat je onderaan op deze pagina kan lezen, en in zijn meer uitgewerkte artikel voor Tertio, dat je hier in PDF-formaat kan opladen, slaat Patrick Loobuyck spijkers met koppen, tenminste in zijn analyse van het probleem.

Uit zijn analyse haal ik twee citaten aan:

  • Het levensbeschouwelijke profiel van leerkrachten én leerlingen, zowel in het vrije katholieke als in het officieel onderwijs, komt niet meer overeen met het profiel van enkele generaties terug. Voor veel ouders maakt het niet uit of hun kinderen godsdienst dan wel zedenleer volgen, wat leidt tot levensbeschouwelijk toerisme en shoppinggedrag.
    Loobuyck bedoelt daarmee dat de schoolkeuze en ook — in het officieel onderwijs — de keuze tussen een godsdienstvak of zedenleer voor de meeste ouders en leerlingen irrelevant is geworden.
  • De leerplannen rooms-katholieke godsdienst uit 2000 trachten daaraan tegemoet te komen door nadruk te leggen op het communicatief en interreligieus leerproces. Toch wordt vastgehouden aan de voorkeurspositie van het christendom als referentiepunt. Het resultaat is voor velen dubbelzinnig en onbevredigend. Leerlingen maar ook godsdienstleerkrachten vinden het vak dikwijls nog te godsdienstig, volgens anderen holde de aandacht voor pluralisme het vak uit en is er te weinig aandacht voor de eigenheid van de katholieke traditie.
    Hier wijst Loobuyck expliciet op een verscheidenheid in het publiek van leerlingen en leerkrachten. De ene groep heeft geen voeling met het achterliggende geloof en de andere groep, die zich juist wel vanuit het geloof opstelt, vindt dat zijn geloof te weinig aan de oppervlakte komt. Het vak oefent dus in een pijnlijke spreidstand om aan heel verscheiden behoeftes te voldoen.

Als Loobuyck overgaat tot gevolgtrekkingen, die de afbouw van het katholieke onderwijsnet en het confessionele godsdienstvak inhouden, is hij blijkbaar een belangrijk punt van zijn analyse vergeten, namelijk dat er wel degelijk een doelgroep is die behoefte heeft aan specifieke religieuze vorming in het onderwijs. Zijn verder betoog is dus een aanfluiting van het grondwettelijk recht op vrijheid van godsdienst. Hoe dit moet aflopen, kan je lezen in deze en gene artikels in de blogosfeer.

Ik wil de analyse even verderzetten en het begrippenkader wat verduidelijken. Wat wij vandaag kennen als ‘katholiek onderwijs’, is niet per se onderwijs voor en door katholieken. In feite beoefent het gros van de katholieke scholen een vorm van onderwijs die we ‘katholiek inspiratieonderwijs’ zouden kunnen noemen. De katholieke achtergrond is aanwezig, soms sterk, soms zwak, maar het is geen differentiatiefactor voor leeraars noch voor leerlingen. Daartegenover kan je een andere onderwijsvorm stellen, die we ‘katholiek geloofsonderwijs’ zullen noemen. Daar is geloof wel een differentiator. Loobuyck pleit voor een inclusief levensbeschouwelijk onderwijs dat zich integreert in een pluriforme samenleving, en analoog — want deze vorm van pluralisme heeft alle trekken van een nieuwe religie — is katholiek geloofsonderwijs een inclusief katholiek onderwijs, dat zich integreert in een katholieke opvoeding en leefwereld. Die twee vormen van onderwijs leveren dus een perfecte match op met de doelgroepen die ook Loobuyck al identificeerde.

Dan stelt zich de vraag: moet (of zelfs: mag) de katholieke kerk (of haar zuil) deze of gene vorm van onderwijs inrichten. Het antwoord is op beide vlakken: ja!

Moet de kerk katholiek inspiratieonderwijs inrichten?

Ja! De kerk heeft juist als taak aan verkondiging te doen. Het geloof moet worden uitgedragen, ook aan wie niet gelooft. De manier waarop is beschreven in de repliek van Didier Pollefeyt op Loobuycks artikel, waaruit enkele citaten:

  • Het vak rooms-katholieke godsdienst knoopt positief aan bij het zoeken van (jonge) mensen, en wil hen daarin aanmoedigen, ondersteunen, begeleiden vanuit het geloof in de kracht en de rijkdom van het christelijk geloof.
  • De godsdienstleerkracht spreekt getuigend vanuit de christelijke traditie. Hij/zij respecteert de overtuiging van de leerling. Men moet daarom als leerling niet zelf van binnenuit de rooms-katholieke godsdienst beleven om het vak op zinvolle te kunnen volgen. Ook volgens recente Vaticaanse documenten is ‘godsdienstonderwijs’ geen ‘catechese’, ook al kan het vak evangeliserende en catechetische effecten hebben.

Ook de — overigens wel erg polemische — repliek op het initiatief van de Broeders van Liefde van godsdienstleerkracht (en medebroeder) Marc Bittremieux, getuigt mijns inziens van een buikgevoel dat deze missionaire vorm van onderwijs, wat ik het katholiek inspiratieonderwijs heb genoemd, wel degelijk katholiek is en nodig.

Maar zowel Pollefeyt als Bittrimieux hebben dezelfde blinde vlek: ze vergeten dat er een specifieke doelgroep kan bestaan, voor wie die onderwijs moeilijk te integreren valt in een inclusief-katholieke opvoeding. Over naar de volgende vraag dus:

Moet de kerk katholiek geloofsonderwijs inrichten?

Ja! Het initiatief van broeder Stockman komt ook niet zomaar uit de lucht vallen. Dat hij dit enkel doet om zichzelf te profileren, zoals Bittrimieux wel lijkt te suggereren, kan ik niet geloven. In praktiserend katholieke middens toevend, kan ik ook niet ontkennen dat die nood bestaat, hoewel niet altijd in die concrete vorm geuit. Er gelden wel heel wat premisses die moeten worden voldaan, vooraleer zo’n project kans van slagen heeft.

Katholiek geloofsonderwijs bedient immers een specifiek doelpubliek, lees: leerkrachten en leerlingen die in een katholieke geloofscontext leven. Daarover worden heel ontwijkende uitspraken gedaan, want voor je het weet krijgt zo’n school het etiket ‘exclusief’ te zijn, wat al snel met ‘discriminatie’ connoteert. Maar zonder een onderscheid (discriminatie) te maken tussen deelnemers die wel de geloofscontext (willen) delen en deelnemers die die context niet (willen) delen, bestaat er geen geloofsonderwijs, en is het gewoon een nieuwe vorm van inspiratieonderwijs.

The Catechism Lesson by Jules-Alexis Muenier

The Catechism Lesson by Jules-Alexis Muenier

Van een volmondig ‘ja!’, wil ik het antwoord op deze vraag dus nog even afzwakken tot ‘ja, maar’. Er komt immers veel meer bij kijken dan het oprichten van een school. Hoe zit het met de relatie tot de gezinnen? Het heet dat de onderwijssituatie aansluiting moet vinden met de thuissituatie van leerlingen. Dat geldt des te meer als je deze vorm van inclusief geloofsonderwijs wil inrichten. Hoe zit het met de relatie tot andere kerkelijke vormingsinitiatieven? Ik noem bijvoorbeeld parochiale catechese. Ook daar speelt zich hetzelfde scenario af: het gros van de catechisten neemt eraan deel omdat ze het overgangsritueel wel leuk vinden, maar heeft verder heel weinig voeling met het achterliggende geloof. Ook catechesevorming verwordt van ‘geloofscatechese’ tot ‘inspiratiecatechese’ (waartegen hier en daar fel van leer wordt getrokken).

Als hetzelfde debat niet in alle geledingen van de kerk wordt gevoerd, leidt het eenzijdig oprichten van nieuwe scholen enkel tot meer verwarring. Als er integraal aan de (kleine) doelgroep wordt beantwoord, creëer je een sectaire kerk, de ‘heilige rest’, die voeling verliest met het missionaire karakter van de kerk…

Voer voor nieuw denkwerk.

25/11/2009 Update
In een reactie pleit broeder Stockman er ook voor de term ‘christelijk geïnspireerd onderwijs’ te gebruiken, als het gaat over wat we nu kennen als ‘katholiek onderwijs’.





Bidden… heb je ‘t meegemaakt?

13 november 2009 19:24

Gebed is belangrijk als je iets wil doen aan je geloof. Striktgenomen is “geloof” een louter geestelijke aangelegenheid: de aanvaarding van een idee als waarheid. Maar voor een christen is geloof onmiskenbaar ruimer. Christelijk leven is een samenspel van geloof en handelen. En ergens tussenin geloof en handelen ligt… bidden.

De zondagse eucharistieviering is de belangrijkste vorm van gebed die de kerk kent. Tijdens de mis draait het gebed om het ontvangen van het Heilig Sacrament. Een sacrament kan je niet losmaken van gebed, want zelfs de meest elementaire sacramentele formules zijn gebeden. Maar ook los van de sacramenten, kunnen we bidden. En het is belangrijk dat we het doen.

Maar het is niet eenvoudig om zelf tot gebed te komen. Je moet het leren…

Met onze kinderen van drie en vier bid ik nu al bijna een jaar dagelijks een avondgebed, dat bestaat uit een onze-vader, een wees-gegroetje, en twee avondgebeden, waarvan één naar keuze, ingebed in enkele stukjes uit het avondgebed in het Getijdenboek voor Kinderen. Daarna lees ik een stukje voor uit een kinderbijbel.

Avondgebed

Avondgebed

Wanneer je met kinderen op die manier bidt (op welke manier zou je het anders doen, om het op bidden te laten lijken?), vraag je je soms of je niet alleen investeert in vormelijkheden: mooi rechtop zitten, handjes vouwen, het stil maken, geen nodeloos gebabbel, geen rare gezichten of rare stemmetjes, enz… Velen zouden zeggen van wel. Maar op de keper beschouwd, denk ik dat de aandacht voor die ”vormelijkheden’, door ze op de duur beter te beheersen, vanzelf overgaat in aandacht voor God en daardoor dus de toegangspoort is tot om tot echt gebed te komen, en dan is het toch de moeite waard.

Zelfs al slaag ik er maar enkele jaren in de kinderen op die manier te boeien met bidden — want de kans dat je met je pubers nog samen het avondgebed bidt, lijkt me wel erg klein — , dan nog voel ik dat ze iets heel bijzonders meekrijgen.

Als je het — gelovig of ongelovig — ooit moeilijk krijgt, ben ik ervan overtuigd dat alleen al de herinnering aan het bidden je opnieuw tot gebed kan brengen, en zo sneller tot sterker geloof. Zonet las ik een mooie getuigenis over hoe de kindertijdherinnering aan het gebed van een oma de weg tot het gebed heeft kunnen vergemakkelijken.





Moeizame schreden van conservatisme naar traditie…

4 november 2009 20:59

Het katholieke-scholenproject van de Broeders van Liefde kwam reeds aan bod, maar dit citaat van overste Stockman uit het Katholiek Nieuwsblad kwam nog niet aan bod: “Wij hebben de bisschoppen om toestemming gevraagd. Via de verantwoordelijke bisschop voor het onderwijs, mgr. Van Looy, kregen we als antwoord dat zij ons het niet kunnen verbieden. Zij kunnen natuurlijk geen nee zeggen wanneer mensen vragen om een school die werkt volgens de lijnen van Rome…”

Men kijkt nog altijd op naar de bisschoppen als waren zij de draaischijf van alles wat er in de kerk reilt en zeilt, maar een aantal belangrijke vernieuwingen voltrekt zich langs de bischoppen om. Tal van hen heeft de boot gemist, en zit gevangen in een conservatisme dat vasthoudt aan de laat-twintigste-eeuwse structuren van een haast priesterloze kerk die zich heeft losgescheurd van Rome. Het ware vooruitstrevende geloof, dat stoelt op traditie (die in deze omstandigheden dus duidelijk te onderscheiden is van het bisschoppelijk conservatisme), glipt hen door de vingers, maar wordt heel concreet in leven gehouden door initiatieven als die van broeder Stockman.

Een ander voorbeeld dat het moeilijke dilemma tussen conservatisme en traditie illustreert, is de invoering van de opleiding in de buitengewone ritus van de Romeinse liturgie aan het Nederlands seminarie Tiltenberg. Van gelijkaardige berichten uit andere seminaries ben ik echter nog niet op de hoogte… En het is niet denkbeeldig dat we binnen enkele maanden of jaren berichten dat de priesterbroederschap Pius X zich — onder tandengeknars van menig bisschop — mag verheugen in een bijzondere erkenning vanuit Rome om ten velde pastoraal werk te verrichten.

De structuren van de kerk zijn heus niet zo star als menigeen gelooft (of wil doen geloven).





Hoopstemmend nieuws voor katholiek onderwijs

30 oktober 2009 08:48

Gisteren kwam er hoopstemmend nieuws. In tal van scholen van het vrij katholiek onderwijs is de godsdienstles een schaamlapje dat de algemene secularisering moet verdoezelen, veelal tevergeefs. De Broeders van Liefde berichtten dat ze “op verzoek van ouders” nieuwe scholen gaan oprichten met een uitgesproken katholiek profiel:

“Een school laat zich inspireren door een bovennatuurlijke visie, die zich fundeert op de christelijke antropologie, waar een spiritualiteit van gemeenschap wordt beleefd en gestimuleerd, waar het curriculum gebaseerd is op een christelijk mens- en wereldbeeld en waar het evangelie echt wordt voorgeleefd en samen vorm krijgt. Het is een school waar gebed en sacramenteel leven uitdrukkelijk hun plaats hebben en waar geloof, cultuur en leven tot harmonie worden gebracht.”

Belangrijk te onthouden is dat de vraag naar zo’n school nu eindelijk erkend wordt en niet langer in de marginaliteit kan worden gedrukt, ook al betreft het een minderheid. Ook hoopgevend is dat in andere katholieke scholen opnieuw gezocht wordt naar een herleving van hun katholiek profiel, ook buiten de godsdienstlessen om.

Men mag gerust spreken van een kentering!





Leuk of stom?

27 oktober 2009 12:40

Net als volwassenen, hechten kinderen een waardeoordeel aan de dingen die ze doen. Sommige dingen zijn plezant, andere dingen zijn stom. Opvoeding draait grotendeels rond de vorming van dit waardeoordeel. Niet alle ‘plezante’ dingen zijn immers goed, en niet alle ’stomme’ dingen zijn slecht. Door de vorming van verantwoordelijkheidsgevoel en van inzicht in de rol die handelingen spelen in gemeenschapsleven (te beginnen met het gezin), leren kinderen een juiste qualificatie te koppelen aan hun doen en laten en kunnen ze leren dat het soms beter is iets ‘plezants’ achterwege te laten en een ’stomme’ taak toch uit te voeren. Een kind staat daarvoor ook open, want als je hen zegt iets te doen of iets te laten, klinkt steevast als antwoord: “Waarom?”

Er zijn twee belangrijke factoren in het spel die een waardeoordeel bepalen. Ten eerste is er het onderscheid tussen de dingen die nieuw zijn, uniek of ’speciaal voor jou’ enerzijds en de dingen die ze gewoon zijn, zich herhalen en die ‘iedereen doet’ anderzijds. Haast automatisch wordt de eerste categorie gekwalificeerd als ‘leuk’ en de tweede als ’stom’. De tweede factor is het onderscheid tussen de dingen die je uit jezelf doet en de dingen die iemand anders vertelt dat je ze moet doen. Hier geldt dezelfde automatische kwalificatie.

Het bespelen van die factoren om een kind tot een juist waardeoordeel te brengen is niet altijd eenvoudig. Je moet een kind aandacht geven en nieuwe ervaringen schenken, maar het is niet altijd de juiste keuze om een kind te paaien met ‘nieuwe’ dingen en door ‘voor jou iets speciaals’ uit de kast te halen. Je moet een kind stimuleren in het nemen van initiatief, maar het is zeker niet de juiste keuze om een kind te paaien door systematisch in te gaan op zijn initiatieven. Veel kinderen worden vandaag teveel gepaaid. Ze worden overstelpt met steeds nieuw en flitsender speelgoed en ditto activiteiten. Over kinderen die steeds hun zin krijgen, zullen we het maar niet hebben. Zo komen ze niet tot een goed waardeoordeel.

Er is dus meer in het spel dan het bespelen van deze factoren. Het komt erop aan de schijnbare tegenstelling te doorbreken tussen wat gewoon is en wat speciaal is en tussen initiatief en dwang.

Kinderen moeten leren dat alles wat ze doen of niet doen, een betekenis heeft in het samenleven met anderen en dat die bijzondere betekenis eigenlijk de doorslaggevende factor moet worden in hun waardeoordeel, belangrijker dan de eerder genoemde kwalificaties, die leiden tot een oppervlakkig waardeoordeel. Alleen met dat inzicht, worden goede dingen leuk en slechte dingen stom.

In de geloofsopvoeding speelt dit nog dubbel zo sterk. Daarover hoop ik in volgende bijdragen uit te wijden. En een ander inzicht dat tot zijn recht mag komen, is dat volwassenen eigenlijk niet anders ineenzitten dan kinderen, zeker als je gaat bekijken hoe volwassenen omgaan met geloofsvorming… Ook daarover bij gelegenheid meer.





Onderwijs en opvoeding

24 oktober 2009 10:21

De thema’s onderwijs en opvoeding zullen op dit blog nog vaak de revue passeren. Hoe kunnen we als geloofsgemeenschap ons geloof doorgeven? – dat is het thema van dit blog.

Jesus&Children_001Gisteren ontmoette ik een aantal oude kameraden. Het gesprek over de kinderen kwam snel uit op school en voor we het zelf beseften, hadden we onder mekander al uitgemaakt hoe we onze eigen school zouden inrichten. Voor de grap, natuurlijk, maar al lachend zegt de zot de waarheid, en ik besefte dat bij veel van die oude kameraden dezelfde onvrede leeft. Het onderwijs slaagt er niet aan te sluiten bij de cultuurpatronen die wij dierbaar achten, waaronder geloof. Cultuuroverdracht berust in de eerste plaats op de opvoeding in het gezin, maar cultuur moet ook gedragen worden door een bedere gemeenschap om levend te zijn.

Bewust of onbewust komen we tot de slotsom dat er een leemte is in het maatschappelijk weefsel, waarin onze cultuur en ons geloof kan leven. Hopelijk mag ik in dit blog enkele bijdragen leveren die deze leemte kunnen opvullen.