Onthechting: doel of middel?

30 november 2009 20:59

Begrippen ontleden is een belangrijke oefening bij het leren over geloof, net als bij alle denkwerk. Er zijn heel wat begrippen die we in de context van ons geloof gebruiken, maar waarvan we de betekenis niet goed beheersen. Het begrip ‘onthechting’ is een mooi voorbeeld. Niet zozeer omdat het een kernbegrip van het katholiek geloof zou zijn, wel omdat het mogelijke misverstanden in een  hele reeks van discussies rond geloof aan het licht kan brengen.

Daarom zal ik dit begrip in verschillende contexten benaderen (in opeenvolgende bijdrages).

‘Onthechting’ doet mij eerst aan meditatie denken. Er zijn heel wat vormen van meditatie, en het meest nog is meditatie bekend vanuit de sfeer van de esoterie en de oosterse godsdiensten. Het christendom kent ook een meditatiecultuur, maar die is wezenlijk anders. Ik citeer van de stek van Jos Douma:

In oosterse meditatievormen gaat het meestal niet om de ontmoeting met een Ander buiten jou, maar om een ontmoeting met de god in jou of met je diepste zelf (als er al zoiets als een god of een zelf is). Essentieel voor christelijke, bijbelse meditatie is dat het gaat om de ontmoeting met Iemand die allereerst buiten jou is: God die woont in de hemel. Hij is de heilige Schepper, wij zijn zondige schepselen. Die grens mag nooit en te nimmer worden uitgewist.

Verder is er in oosterse meditatievormen sprake van het leeg worden van de geest terwijl het in christelijke meditatie juist gaat om vervuld worden met de Geest van Christus. Oosterse meditatievormen leggen accent op het losraken van de wereld en op te gaan in het kosmische Al.

In christelijke meditatie speelt onthechting ook een rol, alleen gaat het daar om een onthechting van het zondige en een zich hechten aan Christus. Bovendien zet christelijk meditatie de gelovige juist altijd weer met beide benen in Gods wereld om daar te leven in de navolging van Christus.

Tussen oosterse meditatie en christelijke meditatie is dus een wereld van verschil.

Dit is een belangrijke boodschap voor wie in meditatie een weg tot geloofsverdieping zoekt! Veel meer dan over onthechting, draait (christelijke) meditatie om de hechting aan de Heilige Geest. Onthechting zonder meer leidt alleen maar tot leegte, die wegvoert van God.

Daarmee is de toon gezet voor de volgende beschouwingen over het begrip ‘onthechting’: vaak wordt heil gezocht in vormen van onthechting, waarbij wordt vergeten dat onthechting slechts een middel is om een doel te bereiken, een doel dat net het tegenovergestelde is, namelijk de hechting aan God, Zijn Zoon en aan de Heilige Geest.

Het is een klassieke fout, doel en middel te verwarren. Geen enkele denkstelsel is echter zo vatbaar voor deze fout, als het geloof: immers het doel is dermate onvatbaar, dat men snel geneigd is de middelen, die tastbaarder zijn, tot doel te verheffen, en het doel vervolgens uit het oog te verliezen, waardoor het geloof ophoudt te bestaan, omdat het zonder voorwerp wordt.

Wordt vervolgd…





De huiskerk

27 november 2009 19:04

Deze artikelen uit de Catechismus zijn op zichzelf mooi genoeg om even bij stil te staan en behoeven geen commentaar:

De Huiskerk

Christus wilde geboren worden en opgroeien in het heilig huisgezin van Jozef en Maria. De kerk is niets anders dan “het huisgezin van God”. Vanaf het begin bestond de kern van de kerk vaak uit hen die “met heel hun huis” het geloof aangenomen hadden. 1 Wanneer zij zich bekeerden, verlangden zij ook dat “heel hun huis” gered zou worden. 2 Tot het geloof gekomen, waren deze gezinnen eilandjes van christelijk leven in een wereld van ongeloof.

Heden ten dage zijn gelovige gezinnen, als haarden van levend en stralend geloof in een wereld die vaak vreemd of zelfs vijandig staat tegenover het geloof, van het allerhoogste belang. Daarom noemt het Tweede Vaticaans Concilie het gezin volgens een oude uitdrukking ecclesia domestica. 3 4 In het gezin zijn “de ouders door woord en voorbeeld voor hun kinderen de eerste geloofsverkondigers en zij dienen de eigen roeping van elk onder hen, heel bijzonder wanneer het om een gewijde roeping gaat, met zorg te bevorderen”. 5

Dit is de bevoorrechte plaats waar het in de doop verleende priesterschap van de huisvader, de moeder, de kinderen en van alle leden van het gezin, uitgeoefend kan worden “in het ontvangen van de sacramenten, in het gebed en de dankzegging, in het getuigenis van een heilig leven, in de onthechting en de daadwerkelijke liefde.” 6 De huiselijke haard is bijgevolg de eerste school voor het christelijk leven en “een school voor een rijkere menselijkheid”. 7 Hier leert men de volharding en de vreugde in het werk, de broederliefde, de edelmoedige, zelfs herhaalde vergeving en vooral de goddelijke eredienst door het gebed en de opoffering van zijn leven.

We moeten nog melding maken van sommige personen die wegens feitelijke – vaak ongewilde – levensomstandigheden Jezus bijzonder na aan het hart liggen en daarom de genegenheid en de toegewijde aandacht van de Kerk en vooral van de zielzorgers verdienen: het grote aantal ongehuwden. Velen onder hen hebben geen menselijk huisgezin, vaak vanwege armoede. Sommigen beleven hun situatie in de geest van de zaligsprekingen en dienen God en hun naaste op voorbeeldige wijze. Voor hen allen moeten de deuren van de gezinnen, de “huiskerken”, geopend worden, evenals de deuren van het grote gezin dat de Kerk is. “Niemand is zonder gezin in deze wereld: de Kerk is tehuis en gezin voor allen, vooral voor hen die ‘vermoeid en belast’ (Mt. 11, 28) zijn”. 8

1 Vgl. Hand. 18,8

2 VgI. Hand. 16,31 en 11,14

3 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11

4 Vgl. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het Christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 21. vert. uit Lat.

5 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11. vert. uit Lat.

6 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10. vert. uit Lat.

7 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 52. § 1, vert. uit Lat.

8 Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het Christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 85. vert. uit Lat.





Kies je moment voor het feesten met heidens offervlees

21 november 2009 13:55

Tuur van Wallendael overlijdt door euthanasie. Daarover wordt in de pers bericht. Daar is niks abnormaals aan, want Tuur was een tamelijk bekend Vlaming. Benevens zijn biografie krijgen we ook details over hoe hij zijn dood heeft voorbereid. Een groot feest gegeven enkele maanden geleden, aangrijpende laatste telefoontjes met bekenden, en dan in huiselijke kring, de euthanasie. Alles is helemaal volgens de wet verlopen, want het artikel maakt zelfs gewag van de aanwezigheid van drie artsen bij het overlijden, dus de euthanasieprocedure zal ongetwijfeld op de letter zijn gevolgd.

Het zou te ver voeren en nutteloos zijn opnieuw alle argumenten tegen euthanasie op tafel te leggen. Ik wil wel aanbrengen dat ik bij het lezen van zo’n overlijdensberichten altijd wat gewrongen zit, ook al hebben die artikels helemaal niet de strekking een standpunt voor of tegen euthanasie te poneren.

Een van de voornaamste bedenkingen bij het uitvoerig uitsmeren van al te mooie verhalen over euthanasie of wilsbeschikking, is dat andere mensen die zich in gelijkaardige situaties bevinden, daardoor in hun oordeel over hun eigen situatie beïnvloed kunnen worden en in een toestand van gewetensnood worden gebracht, zelfs al zijn zijzelf principieel geen tegenstander van euthanasie.

Wat is nu zo gek: deze gewetensnood is exact dezelfde als die Paulus beschrijft in zijn brief aan de christenen van Korinte (1 Kor 8 ). Het hedendaagse vrijdenken vertoont opmerkelijke parallellen met het prille christendom. De eerste christenen bevrijdden zich van de joodse wetten en van de afgodencultus en waren in hun maatschappelijke handel en wandel een pak liberaler geworden. Net als de hedendaagse vrijdenkers, die zich nu net willen bevrijden van dat christendom!

Paulus roept echter de ‘geleerde’ christenen op het matje, omdat zij met hun vrijheid van handelen — ook al doen ze niks dat tegen de christelijke leer ingaat — een bron van gewetensnood kunnen zijn voor de ‘bekeerde’ christenen, die nog wat moeite hebben om afstand te nemen van hun oude gebruiken en wetten.

Toegepast op vandaag, zouden zelfs in eigen kringen de voorstanders van euthanasie er dus beter aan doen Paulus’ woorden een keer te bestuderen, en ervoor te zorgen dat hun vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. Zij bezitten de gave van de kennis, maar kennis alleen leidt tot eigenwaan; het is de liefde die opbouwt.

Nog los van het debat of euthanasie moreel verantwoord is of niet, moet dus worden gewaarschuwd tegen het handelen vanuit een morele superioriteit gekoppeld aan een belofte van vrijheid, echter  zonder consideratie met het geweten van je medemens.


Paulus’ brief aan de Korintiërs, over het heidens offervlees

In de tijd van Paulus waren er christenen die bekeerd waren vanuit het jodendom en christenen die bekeerd waren vanuit het heidendom. Nu werden er in die tijd door de heidenen vleesoffers gebracht, en het vlees werd door de priesters op de markt gebracht. Joden vonden dat het ongeoorloofd was vlees te eten dat aan heidense goden was geofferd. De christenen van verschillende komaf kwamen dus in de knel: mogen we nu wel of niet van dat vlees eten? De joodse christenen willen het niet eten omdat ze nog aan hun spijswetten vasthouden. De heidense christenen willen er niet van eten omdat ze dan vrezen terug onder de invloed te komen  van hun afgoden. En dan zijn er de doorwinterde christenen, die — recht in de leer — menen dat er maar één God is en dat het voor dat vlees helemaal geen verschil maakt als het wordt geofferd aan andere goden, omdat die toch niet bestaan.

Paulus antwoordt als volgt (1 Kor 8 )

[1] Wat nu het offervlees betreft: ‘Wij allen bezitten de gave van de kennis’, maar kennis alleen leidt tot eigenwaan; het is de liefde die opbouwt. [2] Als iemand kennis meent te bezitten, weet hij nog niet op de juiste wijze te kennen. [3] Maar wie God liefheeft, die wordt door Hem gekend. [4] Wat dus het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve de Ene. [5] Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde – en in deze zin zijn er vele goden en heren – [6] toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie alles voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles er is, en door wie wij leven.

[7] Maar niet allen bezitten die kennis. Sommige mensen waren tot voor kort nog zo gewend aan afgoderij, dat ze vlees dat aan goden is geofferd, nog altijd als zodanig beschouwen; en hun geweten, zwak als het is, wordt erdoor besmet als zij het eten. [8] Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van. [9] Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. [10] Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten? [11] Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. [12] Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. [13] Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven.





Waren ze gestopt met bidden?

19 november 2009 20:35

Soms sijpelt er nog wat godsvrucht door in onze pers. Zo vernam ik vandaag dat zeven schipbreukelingen die twee maanden lang op de oceaan ronddobberden, zich konden sterken aan het gebed. Dat verscheen onder andere in De Standaard, waar de kapitein van het schip dat hen redde, verklaarde hoe groot hun wanhoop op het einde wel was: “Enkelen waren zelfs al gestopt met bidden.”

Ook in de Engelse krant Telegraph was dezelfde informatie terug te vinden: “Throughout the ordeal the devout Catholics prayed constantly to find comfort and maintain their sanity, he said.”

Als je zoekt op internet naar dit nieuws, vind je echter tientallen nieuwsbronnen waarin steeds hetzelfde artikel is overgenomen van het Franse bureau AFP en waarin er niet over hun bidden wordt gesproken. Gek toch, hoe zo’n informatie zijn weg vindt. Het artikel in de Telegraph is van een eigen correspondent in Australie. Bij het artikel in De Standaard staat als bron ‘NVT’, maar ik heb niet kunnen achterhalen wie of welk bureau daarmee bedoeld wordt… die bron vond het blijkbaar belangrijk genoeg de anecdote over het gebed op te nemen. Wegens ‘maatschappelijk relevant’?

Soms is het leerrijk om de weg te traceren die bepaalde informatie doorheen het perslandschap aflegt. Zoals ook weer de miskleun van Belga aantoont, die nog maar eens het overlijden van koninging Fabiola op de telex zette.





Inspiratieonderwijs versus geloofsonderwijs

15 november 2009 21:49

Na het lezen van de polemieken in Tertio en De Morgen over de toekomst van het katholiek onderwijs, is een synthese wel op zijn plaats.

In zijn artikel in De Morgen, dat je onderaan op deze pagina kan lezen, en in zijn meer uitgewerkte artikel voor Tertio, dat je hier in PDF-formaat kan opladen, slaat Patrick Loobuyck spijkers met koppen, tenminste in zijn analyse van het probleem.

Uit zijn analyse haal ik twee citaten aan:

  • Het levensbeschouwelijke profiel van leerkrachten én leerlingen, zowel in het vrije katholieke als in het officieel onderwijs, komt niet meer overeen met het profiel van enkele generaties terug. Voor veel ouders maakt het niet uit of hun kinderen godsdienst dan wel zedenleer volgen, wat leidt tot levensbeschouwelijk toerisme en shoppinggedrag.
    Loobuyck bedoelt daarmee dat de schoolkeuze en ook — in het officieel onderwijs — de keuze tussen een godsdienstvak of zedenleer voor de meeste ouders en leerlingen irrelevant is geworden.
  • De leerplannen rooms-katholieke godsdienst uit 2000 trachten daaraan tegemoet te komen door nadruk te leggen op het communicatief en interreligieus leerproces. Toch wordt vastgehouden aan de voorkeurspositie van het christendom als referentiepunt. Het resultaat is voor velen dubbelzinnig en onbevredigend. Leerlingen maar ook godsdienstleerkrachten vinden het vak dikwijls nog te godsdienstig, volgens anderen holde de aandacht voor pluralisme het vak uit en is er te weinig aandacht voor de eigenheid van de katholieke traditie.
    Hier wijst Loobuyck expliciet op een verscheidenheid in het publiek van leerlingen en leerkrachten. De ene groep heeft geen voeling met het achterliggende geloof en de andere groep, die zich juist wel vanuit het geloof opstelt, vindt dat zijn geloof te weinig aan de oppervlakte komt. Het vak oefent dus in een pijnlijke spreidstand om aan heel verscheiden behoeftes te voldoen.

Als Loobuyck overgaat tot gevolgtrekkingen, die de afbouw van het katholieke onderwijsnet en het confessionele godsdienstvak inhouden, is hij blijkbaar een belangrijk punt van zijn analyse vergeten, namelijk dat er wel degelijk een doelgroep is die behoefte heeft aan specifieke religieuze vorming in het onderwijs. Zijn verder betoog is dus een aanfluiting van het grondwettelijk recht op vrijheid van godsdienst. Hoe dit moet aflopen, kan je lezen in deze en gene artikels in de blogosfeer.

Ik wil de analyse even verderzetten en het begrippenkader wat verduidelijken. Wat wij vandaag kennen als ‘katholiek onderwijs’, is niet per se onderwijs voor en door katholieken. In feite beoefent het gros van de katholieke scholen een vorm van onderwijs die we ‘katholiek inspiratieonderwijs’ zouden kunnen noemen. De katholieke achtergrond is aanwezig, soms sterk, soms zwak, maar het is geen differentiatiefactor voor leeraars noch voor leerlingen. Daartegenover kan je een andere onderwijsvorm stellen, die we ‘katholiek geloofsonderwijs’ zullen noemen. Daar is geloof wel een differentiator. Loobuyck pleit voor een inclusief levensbeschouwelijk onderwijs dat zich integreert in een pluriforme samenleving, en analoog — want deze vorm van pluralisme heeft alle trekken van een nieuwe religie — is katholiek geloofsonderwijs een inclusief katholiek onderwijs, dat zich integreert in een katholieke opvoeding en leefwereld. Die twee vormen van onderwijs leveren dus een perfecte match op met de doelgroepen die ook Loobuyck al identificeerde.

Dan stelt zich de vraag: moet (of zelfs: mag) de katholieke kerk (of haar zuil) deze of gene vorm van onderwijs inrichten. Het antwoord is op beide vlakken: ja!

Moet de kerk katholiek inspiratieonderwijs inrichten?

Ja! De kerk heeft juist als taak aan verkondiging te doen. Het geloof moet worden uitgedragen, ook aan wie niet gelooft. De manier waarop is beschreven in de repliek van Didier Pollefeyt op Loobuycks artikel, waaruit enkele citaten:

  • Het vak rooms-katholieke godsdienst knoopt positief aan bij het zoeken van (jonge) mensen, en wil hen daarin aanmoedigen, ondersteunen, begeleiden vanuit het geloof in de kracht en de rijkdom van het christelijk geloof.
  • De godsdienstleerkracht spreekt getuigend vanuit de christelijke traditie. Hij/zij respecteert de overtuiging van de leerling. Men moet daarom als leerling niet zelf van binnenuit de rooms-katholieke godsdienst beleven om het vak op zinvolle te kunnen volgen. Ook volgens recente Vaticaanse documenten is ‘godsdienstonderwijs’ geen ‘catechese’, ook al kan het vak evangeliserende en catechetische effecten hebben.

Ook de — overigens wel erg polemische — repliek op het initiatief van de Broeders van Liefde van godsdienstleerkracht (en medebroeder) Marc Bittremieux, getuigt mijns inziens van een buikgevoel dat deze missionaire vorm van onderwijs, wat ik het katholiek inspiratieonderwijs heb genoemd, wel degelijk katholiek is en nodig.

Maar zowel Pollefeyt als Bittrimieux hebben dezelfde blinde vlek: ze vergeten dat er een specifieke doelgroep kan bestaan, voor wie die onderwijs moeilijk te integreren valt in een inclusief-katholieke opvoeding. Over naar de volgende vraag dus:

Moet de kerk katholiek geloofsonderwijs inrichten?

Ja! Het initiatief van broeder Stockman komt ook niet zomaar uit de lucht vallen. Dat hij dit enkel doet om zichzelf te profileren, zoals Bittrimieux wel lijkt te suggereren, kan ik niet geloven. In praktiserend katholieke middens toevend, kan ik ook niet ontkennen dat die nood bestaat, hoewel niet altijd in die concrete vorm geuit. Er gelden wel heel wat premisses die moeten worden voldaan, vooraleer zo’n project kans van slagen heeft.

Katholiek geloofsonderwijs bedient immers een specifiek doelpubliek, lees: leerkrachten en leerlingen die in een katholieke geloofscontext leven. Daarover worden heel ontwijkende uitspraken gedaan, want voor je het weet krijgt zo’n school het etiket ‘exclusief’ te zijn, wat al snel met ‘discriminatie’ connoteert. Maar zonder een onderscheid (discriminatie) te maken tussen deelnemers die wel de geloofscontext (willen) delen en deelnemers die die context niet (willen) delen, bestaat er geen geloofsonderwijs, en is het gewoon een nieuwe vorm van inspiratieonderwijs.

The Catechism Lesson by Jules-Alexis Muenier

The Catechism Lesson by Jules-Alexis Muenier

Van een volmondig ‘ja!’, wil ik het antwoord op deze vraag dus nog even afzwakken tot ‘ja, maar’. Er komt immers veel meer bij kijken dan het oprichten van een school. Hoe zit het met de relatie tot de gezinnen? Het heet dat de onderwijssituatie aansluiting moet vinden met de thuissituatie van leerlingen. Dat geldt des te meer als je deze vorm van inclusief geloofsonderwijs wil inrichten. Hoe zit het met de relatie tot andere kerkelijke vormingsinitiatieven? Ik noem bijvoorbeeld parochiale catechese. Ook daar speelt zich hetzelfde scenario af: het gros van de catechisten neemt eraan deel omdat ze het overgangsritueel wel leuk vinden, maar heeft verder heel weinig voeling met het achterliggende geloof. Ook catechesevorming verwordt van ‘geloofscatechese’ tot ‘inspiratiecatechese’ (waartegen hier en daar fel van leer wordt getrokken).

Als hetzelfde debat niet in alle geledingen van de kerk wordt gevoerd, leidt het eenzijdig oprichten van nieuwe scholen enkel tot meer verwarring. Als er integraal aan de (kleine) doelgroep wordt beantwoord, creëer je een sectaire kerk, de ‘heilige rest’, die voeling verliest met het missionaire karakter van de kerk…

Voer voor nieuw denkwerk.

25/11/2009 Update
In een reactie pleit broeder Stockman er ook voor de term ‘christelijk geïnspireerd onderwijs’ te gebruiken, als het gaat over wat we nu kennen als ‘katholiek onderwijs’.





Wist-je-dat… pro-life een mooie overwinning behaalt in de Verenigde Staten?

15 november 2009 10:02

Ad hoc introduceer ik een nieuw rubriekje in deze blog. Onder de titel “Wist-je-dat” kan ik het hoofdthema van de blog even ontwijken voor actualiteiten die je misschien zijn ontgaan, maar die wel heel relevant zijn.

Niemand zal het ontgaan zijn dat VS-president Obama een mooie overwinning heeft behaald, nu zijn sociale-zekerheidsprogramma een parlementaire goedkeuring heeft gekregen. Wat misschien in mindere mate in de pers is belicht, is het amendement (”the Stupack Amendment”) dat op het laatste moment nog werd ingediend. Dat amendement zorgt ervoor dat het basisprogramma van de nieuwe sociale zekerheid, dat wordt gefinancierd met overheidsgeld, niet voorziet in terugbetaling van abortus.

Kardinaal McCarrick

Kardinaal McCarrick

Er wordt bericht dat de Amerikaanse bisschoppen hiervoor stevig lobbywerk hebben verricht, wat meteen een belangrijke opsteker is voor de Amerikaanse kerk, die na de seksschandalen als opiniemaker irrelevant dreigde te worden.

Mooi zo!





Bidden… heb je ‘t meegemaakt?

13 november 2009 19:24

Gebed is belangrijk als je iets wil doen aan je geloof. Striktgenomen is “geloof” een louter geestelijke aangelegenheid: de aanvaarding van een idee als waarheid. Maar voor een christen is geloof onmiskenbaar ruimer. Christelijk leven is een samenspel van geloof en handelen. En ergens tussenin geloof en handelen ligt… bidden.

De zondagse eucharistieviering is de belangrijkste vorm van gebed die de kerk kent. Tijdens de mis draait het gebed om het ontvangen van het Heilig Sacrament. Een sacrament kan je niet losmaken van gebed, want zelfs de meest elementaire sacramentele formules zijn gebeden. Maar ook los van de sacramenten, kunnen we bidden. En het is belangrijk dat we het doen.

Maar het is niet eenvoudig om zelf tot gebed te komen. Je moet het leren…

Met onze kinderen van drie en vier bid ik nu al bijna een jaar dagelijks een avondgebed, dat bestaat uit een onze-vader, een wees-gegroetje, en twee avondgebeden, waarvan één naar keuze, ingebed in enkele stukjes uit het avondgebed in het Getijdenboek voor Kinderen. Daarna lees ik een stukje voor uit een kinderbijbel.

Avondgebed

Avondgebed

Wanneer je met kinderen op die manier bidt (op welke manier zou je het anders doen, om het op bidden te laten lijken?), vraag je je soms of je niet alleen investeert in vormelijkheden: mooi rechtop zitten, handjes vouwen, het stil maken, geen nodeloos gebabbel, geen rare gezichten of rare stemmetjes, enz… Velen zouden zeggen van wel. Maar op de keper beschouwd, denk ik dat de aandacht voor die ”vormelijkheden’, door ze op de duur beter te beheersen, vanzelf overgaat in aandacht voor God en daardoor dus de toegangspoort is tot om tot echt gebed te komen, en dan is het toch de moeite waard.

Zelfs al slaag ik er maar enkele jaren in de kinderen op die manier te boeien met bidden — want de kans dat je met je pubers nog samen het avondgebed bidt, lijkt me wel erg klein — , dan nog voel ik dat ze iets heel bijzonders meekrijgen.

Als je het — gelovig of ongelovig — ooit moeilijk krijgt, ben ik ervan overtuigd dat alleen al de herinnering aan het bidden je opnieuw tot gebed kan brengen, en zo sneller tot sterker geloof. Zonet las ik een mooie getuigenis over hoe de kindertijdherinnering aan het gebed van een oma de weg tot het gebed heeft kunnen vergemakkelijken.





Geloof tastbaar maken

10 november 2009 11:31

Geloof beleven kan je vergemakkelijken door het tastbaar te maken. Uit de tradities van het Rijke Roomse Leven kan je tal van voorbeelden plukken. We zijn het in onze tijd niet meer zo gewoon en staan er misschien wantrouwig tegenover, daarom neem ik een eenvoudig voorbeeld: het missaal.

Missaal

Missaal

Wie gebruikt er vandaag nog een missaal? In mijn parochie ben ik alleen… Toegegeven, het is moeilijk een deftig missaal op de kop te tikken, maar in de gespecialiseerde webwinkel vind je ze wel. Ik gebruik zelf het mooie missaal van de Vereniging voor Latijnse Liturgie. Dat bevat de gewone ritus (’novus ordo’) en de teksten in het Latijn en het Nederlands. De lezingen zijn in het Nederlands. Achteraan zitten ook de belangrijkste gregoriaanse zangen met muziekschrift.

Zo’n missaal is toch veruit te verkiezen boven de losbladige brochuurtjes die men tegenwoordig in veel kerken aanbiedt. Die passen wonderwel in onze wegwerpcultuur, maar een Heilige Mis, de teksten die gelezen worden, en bovenal de schriftlezing, dat is toch geen wegwerpmateriaal? Is het niet gepast dat je die teksten bij je houdt in een mooi uitgegeven en handig boekje, dat je met de nodige eerbied kan gebruiken? Op een documentaire over de Islam zag ik hoeveel respect moslims voor de koran opbrengen. Het was niet-moslims zelfs verboden de korans aan te raken, die in de moskee voor de gelovigen beschikbaar lagen. Zo’n moslim lacht zich waarschijnlijk een kriek als hij ziet hoe de heilige teksten bij ons na de mis bij het oud papier gaan.

Een missaal is natuurlijk alleen maar leuk als je er in de mis iets mee bent. Is je parochie al te ‘losbladig’ in haar liturgische gewoontes, dan kan je met je missaal niet veel doen. Als je het wel kan gebruiken, is het een mooi symbool van je geloof: een stukje van je geloof dat je bij je kan dragen, waar je elke zondag op terugvalt, waarin je rouwprentjes van dierbare overledenen kan koesteren of een beeltenis van een heilige, het is een teken dat je een liturgie beleeft die niet begint bij het kruisteken en eindigt bij de slotzegen, maar die tijd en ruimte overstijgt.





Heerlijke bladwijzers

6 november 2009 15:01

Gebruik je ook de online bookmarks van Delicious (of een andere dienst?). Prachtig! Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen.

Hier kan je bijvoorbeeld al mijn bookmarks vinden naar artikels of webstekken die te maken hebben met geloof en opvoeding of onderwijs.

Als je ze interessant vindt, kan je je via deze URL abonneren op de RSS-feed waarin al mijn bookmarks verschijnen die met geloof te maken hebben.





Moeizame schreden van conservatisme naar traditie…

4 november 2009 20:59

Het katholieke-scholenproject van de Broeders van Liefde kwam reeds aan bod, maar dit citaat van overste Stockman uit het Katholiek Nieuwsblad kwam nog niet aan bod: “Wij hebben de bisschoppen om toestemming gevraagd. Via de verantwoordelijke bisschop voor het onderwijs, mgr. Van Looy, kregen we als antwoord dat zij ons het niet kunnen verbieden. Zij kunnen natuurlijk geen nee zeggen wanneer mensen vragen om een school die werkt volgens de lijnen van Rome…”

Men kijkt nog altijd op naar de bisschoppen als waren zij de draaischijf van alles wat er in de kerk reilt en zeilt, maar een aantal belangrijke vernieuwingen voltrekt zich langs de bischoppen om. Tal van hen heeft de boot gemist, en zit gevangen in een conservatisme dat vasthoudt aan de laat-twintigste-eeuwse structuren van een haast priesterloze kerk die zich heeft losgescheurd van Rome. Het ware vooruitstrevende geloof, dat stoelt op traditie (die in deze omstandigheden dus duidelijk te onderscheiden is van het bisschoppelijk conservatisme), glipt hen door de vingers, maar wordt heel concreet in leven gehouden door initiatieven als die van broeder Stockman.

Een ander voorbeeld dat het moeilijke dilemma tussen conservatisme en traditie illustreert, is de invoering van de opleiding in de buitengewone ritus van de Romeinse liturgie aan het Nederlands seminarie Tiltenberg. Van gelijkaardige berichten uit andere seminaries ben ik echter nog niet op de hoogte… En het is niet denkbeeldig dat we binnen enkele maanden of jaren berichten dat de priesterbroederschap Pius X zich — onder tandengeknars van menig bisschop — mag verheugen in een bijzondere erkenning vanuit Rome om ten velde pastoraal werk te verrichten.

De structuren van de kerk zijn heus niet zo star als menigeen gelooft (of wil doen geloven).